StCC g00049_01+235px

Doopplechtigheid bij de doopsgezinden bij ’t Lam te Amsterdam

1782 SPKK g00049

Of een mens al bij zijn geboorte gedoopt moet worden of op volwassen leeftijd, houdt al eeuwenlang de gemoederen bezig. Het meest kenmerkende dat doopsgezinden verbindt en onderscheidt van andere gezindten is hun afwijkende opvatting over de doop. Op bijbelse gronden verwerpen zij de kinderdoop en erkennen zij slechts de volwassendoop op belijdenis. Een volwassene kiest uit eigen vrije wil de doop en kan die beamen.

Omstreeks 1530 bereikten deze ideeën vanuit Zwitserland en Duitsland de toen nog katholieke Nederlanden.  Uit onvrede met de katholieke kerk riepen lekenpredikers gelovigen op boete te doen en zich opnieuw te laten dopen als teken van de breuk met de roomse moederkerk en een nieuw leven in Christus.

Nog altijd is de gangbare doop volwassendoop, volgend op de persoonlijke belijdenis, de voorwaarde voor verbintenis aan de gemeente.